Parameter
- 383 Seiten
- 14 Lesestunden
Mehr zum Buch
Aan de hand van twee instellingen voor armenzorg in Grave wordt in dit boek voor het eerst in de Nederlandse geschiedenis uiteengezet welke invloed de middeleeuwse monetaire problematiek had op institutionele vermogensvorming. Vanaf de totstandkoming van het Sint-Catharina-gasthuis (1291) en de Tafel van de Heilige Geest (1302) wordt nauwlettend gevolgd hoe in de late middeleeuwen de monetaire problematiek inwerkte op de vermogensvorming van deze instellingen. Het belangrijkste monetaire probleem bestond toen uit muntverzwakking, terwijl de periode 1370-1470 zich kenmerkte door schaarste aan edelmetaal. Met behulp van veel archiefmateriaal is vastgesteld hoe met Brabantse maar ook Gelderse munten werd gerekend en hoe de omzetting plaatsvond van uiterst kwetsbaar in waardevast vermogen. Hoewel het onderzoek een sterk financieel en monetair karakter heeft, wordt ook nieuw licht geworpen op het ontstaan van de institutionele armenzorg in de Nederlanden en de wijze waarop die in de middeleeuwen functioneerde.
Buchkauf
Ghenge ende gheve in Grave, Ron Fierst van Wijnandsbergen
- Sprache
- Erscheinungsdatum
- 2013
- Einband
- (Paperback),
- Buchzustand
- Gebraucht - Gut
- Preis
- € 46,99
Keiner hat bisher bewertet.
- Titel
- Ghenge ende gheve in Grave
- Untertitel
- fondsvorming van armeninstellingen en middeleeuwse monetaire problematiek
- Sprache
- Niederländisch
- Autor*innen
- Ron Fierst van Wijnandsbergen
- Erscheinungsdatum
- 2013
- Einband
- Paperback
- Seitenzahl
- 383
- ISBN10
- 9070641984
- ISBN13
- 9789070641986
- Reihe
- Schlagwörter
- Beschreibung
- Aan de hand van twee instellingen voor armenzorg in Grave wordt in dit boek voor het eerst in de Nederlandse geschiedenis uiteengezet welke invloed de middeleeuwse monetaire problematiek had op institutionele vermogensvorming. Vanaf de totstandkoming van het Sint-Catharina-gasthuis (1291) en de Tafel van de Heilige Geest (1302) wordt nauwlettend gevolgd hoe in de late middeleeuwen de monetaire problematiek inwerkte op de vermogensvorming van deze instellingen. Het belangrijkste monetaire probleem bestond toen uit muntverzwakking, terwijl de periode 1370-1470 zich kenmerkte door schaarste aan edelmetaal. Met behulp van veel archiefmateriaal is vastgesteld hoe met Brabantse maar ook Gelderse munten werd gerekend en hoe de omzetting plaatsvond van uiterst kwetsbaar in waardevast vermogen. Hoewel het onderzoek een sterk financieel en monetair karakter heeft, wordt ook nieuw licht geworpen op het ontstaan van de institutionele armenzorg in de Nederlanden en de wijze waarop die in de middeleeuwen functioneerde.


